Er liggen kaarten verspreid over de tafel. Typ ze op volgorde: eerst het kleinste getal, het eerste woord in het alfabet of de vroegste gebeurtenis. Je kiest een kaart gewoon door hem te typen — de kaarten die nog passen bij wat je hebt getypt lichten op, en een kaart schuift in de rij zodra je hem af hebt. Een te vroeg getypte kaart is geen fout, alleen ‘nog niet’: hij stuitert terug op tafel en kost een leven. In de tijdlijn laat hij dan ook zijn jaartal zien. Met Backspace kun je van gedachten veranderen voordat de kaart af is. Elke ronde heeft meer kaarten; een ronde zonder één keer terugstuiteren levert een bonus op, een snelle ronde ook. Getallen: later komen negatieve getallen, kommagetallen en breuken — vergelijk ze op waarde. Alfabet: de volgorde van het alfabet van jouw taal. Tijdlijn: het jaartal verschijnt zodra de kaart op zijn plek ligt. Je hebt 3 levens.