Je loopt mee met een tempogroep. Kies voor de start een doeltempo dat je het hele parcours kunt volhouden en begin te typen — je typsnelheid is je loopsnelheid. Houd de naald onderaan in de groene corridor: je resultaat is de tijd op tempo, niet je topsnelheid. Bergop (oranje in het profiel) zakt de corridor en worden woorden langer; bergaf (blauw) stijgt hij. Typ je sneller dan de corridor, dan raakt je energie op — is die leeg, dan loop je tegen de muur en ga je een paar seconden langzamer. Langzamer dan de corridor komt de energie terug, maar de groep loopt weg. De eerste 8 seconden zijn een warming-up.